Kwaliteit van een centrum voor dagopvang

De diensten van gezinszorg - die de centra voor dagopvang uitbaten - dienen verschillende kwaliteitsnormen te respecteren. Daarnaast gelden er vereisten met betrekking tot de kwalificaties en inschrijving van het personeel dat werkt binnen een centrum voor dagopvang. Zorginspectie voert daarop ook toezicht uit.

Om de kwaliteit van de zorg en ondersteuning te garanderen moet een erkend centrum voor dagopvang aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • een kwaliteitsbeleid voeren;
  • een kwaliteitshandboek opstellen en gebruiken;

    Het kwaliteitshandboek moet minstens een beschrijving van de volgende elementen bevatten:

    • een inleiding met daarin de voorstelling van de dienst alsook de opbouw en de structuur van de documentatie;
    • een weergave van het kwaliteitsbeleid waarin de missie, de objectieven en de waarden, en de verlening van een machtiging aan de overheid tot verificatie en evaluatie van het gevoerde kwaliteitsbeleid is opgenomen;
    • het kwaliteitsmanagementsysteem dat minstens de volgende elementen bevat:
      • de beschrijving van de organisatiestructuur, met daarin opgenomen het organigram en een omschrijving van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden;
      • de aanwijzing van de verantwoordelijke die met het kwaliteitsbeleid is belast;
      • het overzicht van de interne overlegorganen en de beschrijving van hun werking;
      • het overzicht van de deelname aan externe overlegorganen;
      • de opgave van de voorziene middelen;
      • een beschrijving van de procedures rond:
        • behandelen van gebruikersklachten;
        • implementeren van kwaliteitsverbetering;
        • bekend maken van het zorg- en ondersteuningsaanbod;
        • bevorderen van deskundigheid;
        • intake van gebruikers;
        • doorverwijzen;
        • grensoverschrijdend gedrag;
        • uitvoeren, evalueren, bijsturen en afsluiten van het zorg- en ondersteuningsplan;
        • een behoorlijk gebruikers- en toegangsbeheer en een veilige uitwisseling van persoonsgegevens;
        • beheren van documenten en gegevens van het kwaliteitsmanagementsysteem.
           
  • zichzelf periodiek evalueren (driejaarlijkse zelfevaluatie);

    Het centrum voor dagopvang moeten een zelfevaluatie uitvoeren. Daarbij moet u als dienst minimaal de volgende elementen periodiek evalueren:

    • de werking van het centrum voor dagopvang;
    • de doelstellingen.

      Een zelfevaluatie is een systematische evaluatie van de processen, structuren en resultaten van de dienst. U moet die evaluatie zelf uitvoeren. U toont aan de hand van de zelfevaluatie aan hoe de dienst zijn processen, structuren en resultaten bewaakt, beheerst en voortdurend verbetert.


      Bij elke evaluatie moet u de volgende 5 stappen doorlopen, telkens gedurende een periode van 3 jaar:

      1. systematisch gegevens verzamelen en registreren over de kwaliteit van de zorg;
      2. kwaliteitsdoelstellingen formuleren op basis van die gegevens over de kwaliteit van de zorg;
      3. een stappenplan met tijdspad opstellen om die kwaliteitsdoelstellingen te bereiken;
      4. regelmatig evalueren of de doelstellingen bereikt worden;
      5. de nodige stappen ondernemen wanneer een doelstelling niet bereikt wordt.
  • jaarlijks een kwaliteitsplanning opstellen voor het lopende jaar en dit vanaf 15 april ter beschikking houden van het Departement Zorg. 

    De kwaliteitsplanning van uw lokaal dienstencentrum moet de volgende elementen bevatten:

    • een omschrijving van de activiteiten die u in de loop van het betrokken jaar zult uitvoeren om de doelstellingen, de kwaliteitseisen en het kwaliteitssysteem te bepalen en te realiseren;
    • een beschrijving van de zelfevaluatie die u in de loop van het betrokken jaar zult uitvoeren, minimaal van uw werking en uw doelstellingen uitvoeren.
  • jaarlijks een jaarverslag maken, waarin ze onder meer het kwaliteitsbeleid beschrijven dat ze het voorbije jaar gevoerd hebben. Ook het jaarverslag van het voorbije jaar moet jaarlijks ter beschikking gehouden worden van het Departement Zorg. 

    Het jaarverslag van uw lokaal dienstencentrum moet de volgende elementen bevatten:

    • een omschrijving van de activiteiten die u in de loop van het betrokken jaar zult uitvoeren om de doelstellingen, de kwaliteitseisen en het kwaliteitssysteem te bepalen en te realiseren;
    • een beschrijving van de zelfevaluatie die u in de loop van het betrokken jaar zult uitvoeren, minimaal van uw werking en uw doelstellingen;
    • een beschrijving van het permanent ondersteunende beleid inzake minimale verplaatsingsafstanden en -tijden van het verzorgend personeel dat u voert, en de sensibiliserende initiatieven voor milieubewuste verplaatsingen die u in de loop van het jaar zult uitvoeren.
  • jaarlijks een jaarverslag maken, waarin ze onder meer het kwaliteitsbeleid beschrijven dat ze het voorbije jaar gevoerd hebben. Ook het jaarverslag van het voorbije jaar moet niet opgestuurd worden maar moet jaarlijks vanaf 15 april ter beschikking gehouden worden van het Departement Zorg. 
    Het jaarverslag van uw dienst moet de volgende elementen bevatten:

    • een evaluatie van de kwaliteitsplanning van het afgelopen jaar (inclusief de uitgevoerde zelfevaluatie);
    • alle klachten, zowel over gezinszorg als over aanvullende thuiszorg, en het gevolg dat uw dienst eraan gegeven heeft;
    • een evaluatie van het gevoerde beleid en van de uitgevoerde initiatieven rond milieubewuste verplaatsingen tijdens het afgelopen jaar, als verantwoording voor de toelage voor maatregelen in verband met milieubewuste verplaatsingen die u voor gezinszorg ontvangen hebt;
    • een aantal gegevens over de gebruikersbijdrage voor gezinszorg:
      • het aantal gebruikers voor wie een afwijking van de bijdrageschaal werd toegepast, waarbij het aantal verhoogde en het aantal verlaagde bijdragen apart vermeld worden;
      • de vermelding dat er al dan niet wijkwerking georganiseerd werd, en in voorkomend geval de vermelding dat de facultatieve toeslag van 5% al dan niet toegepast werd.

    Aangezien de diensten voor gezinszorg de gegevens over de personeelsleden en de gebruikers van hun dienst al elektronisch bezorgen aan het departement via Vesta, moeten zij de informatie over hun werking tijdens het afgelopen jaar niet opnemen in het jaarverslag.

  • aan de gebruikers een klachtrecht garanderen en zorgen voor een adequate en objectieve behandeling van de klachten;
  • de tevredenheid van de gebruikers nagaan door minstens driejaarlijks een verantwoorde gebruikerstevredenheidsmeting uit te voeren en afhankelijk daarvan bijsturen.

De brandveiligheid van uw voorziening dient in orde te zijn.

Regelgeving brandveiligheid

Kwaliteitsdecreet

Het kwaliteitsdecreet van 17 oktober 2003 wil de kwaliteit van de hulp en de zorg bevorderen door voorzieningen ertoe aan te zetten die kwaliteit voortdurend te bewaken en te verbeteren. Voor de thuiszorgvoorzieningen en de verenigingen van gebruikers en mantelzorgers is dat decreet van 17 oktober 2003 in werking getreden op 1 januari 2010.

Op 3 mei 2023 keurde het Vlaams Parlement een nieuw decreet over de kwaliteit van zorg in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin goed. Het nieuwe decreet formuleert belangrijke principes en verwachtingen ten aanzien van voorzieningen die zorg verlenen. Binnen die principes en verwachtingen kan nog veel ingevuld worden, in overleg en co-creatie met de verschillende belanghebbenden, waaronder de voorzieningen zelf. Voor de Vlaamse thuiszorgsectoren is nog geen uitvoeringsbesluit ontwikkeld, bijgevolg blijf het decreet van 17 oktober 2003 van toepassing.

Inspectie

Het Departement Zorg erkent en subsidieert de centra voor dagopvang. Om erop toe te zien dat een erkende dienst voldoet aan de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden, kan er in de voorziening een inspectie uitgevoerd worden.

Die inspecties worden uitgevoerd door Zorginspectie.

De inspecties gebeuren niet met een vaste regelmaat. Inspecties worden in principe altijd aangekondigd. Er kunnen echter ook onaangekondigde inspecties gebeuren, waarbij de inspecteurs een aantal specifieke erkenningsnormen bekijken. Dat is meestal naar aanleiding van een klacht of van tekorten in het jaarverslag

Bij een inspectie kan het kwaliteitshandboek doorgenomen worden. De inspecteur gaat dan na of het kwaliteitsbeleid van de dienst in de praktijk overeenstemt met het kwaliteitshandboek.

Toezicht en handhaving

Om de kwaliteit van de zorg- en dienstverlening en de veiligheid van gebruikers en personeel te waarborgen, zijn toezicht en handhaving op de erkennings- en subsidiëringsnormen van de diensten voor gezinszorg essentieel.

Kwaliteitsindicatoren

De centra voor dagopvang engageren zich sinds 2018 om hun kwaliteit te verbeteren en daartoe een beperkte set van kwaliteitsindicatoren te ontwikkelen die als startpunt dienen om gerichte kwaliteitsverbeteringsacties te kunnen ondernemen. Het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin ondersteunde de diensten in dit ontwikkelingstraject, met de financiële ondersteuning van de Vlaamse overheid. Het ontwikkelingstraject leidde uiteindelijk  tot 4 topics die de diensten prioritair willen gaan meten om de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren, namelijk: kennis van de medewerkers, attitude van de medewerkers, bereikbaarheid van de dienst en tijdige communicatie rond de planning.

Een beschrijving van de beide projecten en de resultaten kan je vinden in de twee onderzoeksrapporten opgemaakt door het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.   

Onderzoeksrapport 1: EF19 Kwaliteitsindicatoren in de thuiszorg Traject met de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg (DGAT) en diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen (DMW)

Onderzoeksrapport 2: Vlaams indicatorenproject thuiszorg: implementatie en evaluatie van de kwaliteitsindicatoren voor de diensten gezinszorg en diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen

Sinds 2020 is een traject gestart om de indicatoren aan te passen naar en in te kantelen in de structuren van het Vlaams Instituut voor Kwaliteit van Zorg (VIKZ). Op deze manier creëren we een duurzame verankering van de indicatoren en worden de diensten ondersteund bij het uniform meten van de indicatoren aan de hand van een meetprotocol. Vervolgens ontvangen de diensten feedback over de resultaten op de indicatoren en zullen ze in de mogelijkheid zijn om zich te vergelijken met de andere diensten. In de toekomst zal het de bedoeling zijn om deze indicatoren tevens publiek kenbaar te maken via het platform van VIKZ.

Deze metingen sluiten tevens aan bij de driejaarlijkse gebruikerstevredenheidsmeting die de diensten vanuit het woonzorgdecreet dienen uit te voeren.

De huidige metingen hebben betrekking op de volgende thema’s:

  1. Bereikbaarheid van de dienst voor gezinszorg
  2. Gevoel van vertrouwen in de dienst en begrip
  3. Begrijpbaarheid
  4. Behoeftegerichte zorg en beschikbaarheid
  5. Betaalbaarheid
  6. Algemene tevredenheid

Kwalificatievereisten en inschrijving personeel

Personeelsleden die werken in een centrum voor dagopvang moeten voldoen aan bepaalde kwalificatievereisten op het ogenblik dat ze in dienst treden bij een dienst voor gezinszorg. De dienst moet nieuwe personeelsleden ook eerst inschrijven bij het Departement Zorg.