Urencontingent gezinszorg
Het urencontingent gezinszorg bepaalt het aantal subsidiabele uren gezinszorg die een dienst voor gezinszorg kan leveren aan personen met zorg- en ondersteuningsnoden (incl. gelijkgestelde uren). De Vlaamse Regering stelt jaarlijks het totale aantal subsidiabele uren vast, waarna de bevoegde minister deze uren verdeelt over de erkende diensten per regionale stad. Extra uren gezinszorg worden ook verdeeld door de minister. Diensten voor gezinszorg die hun urencontingent niet voldoende realiseren, kunnen uren verliezen.
Wat is het urencontingent gezinszorg?
Elk jaar wordt aan de erkende diensten voor gezinszorg een urencontingent gezinszorg toegewezen. Dat urencontingent gezinszorg kan gebruikt worden om prestaties te leveren bij een persoon met een zorg- en ondersteuningsnood. De financiering van een dienst voor gezinszorg is gekoppeld aan dat urencontingent gezinszorg.
Hoe wordt het urencontingent bepaald?
De Vlaamse Regering legt elk jaar met een besluit het totale aantal subsidiabele uren gezinszorg voor de diensten voor gezinszorg vast voor dat jaar.
Vervolgens verdeelt de bevoegde minister die uren tussen de erkende diensten voor gezinszorg. Jaarlijks is er een ministerieel besluit waarin de urencontingenten voor de openbare en private diensten voor gezinszorg per regionale stad vastgelegd worden:
- het Ministerieel Besluit van 3 september 2024 over het urencontingent 2024pdf bestand196.1kb en;
- de bijlage bij dat Ministerieel Besluit pdf bestand514.7kb
Een dienst voor gezinszorg ontvangt een urencontingent gezinszorg per regionale stad waarin de dienst werkzaam is. De regionale steden worden bepaald in het Zorgregiodecreet van 23 mei 2003. Een dienst moet minimaal 1539 uren gezinszorg in een regionale stad presteren.
Hoe worden de extra uren gezinszorg verdeeld?
Verdelingsprincipes
Binnen de beschikbare begrotingskredieten behoudt een erkende dienst voor gezinszorg minstens zijn urencontingent gezinszorg (maximale subsidiabele uren gezinszorg) van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de extra uren gezinszorg worden toegekend.
De verdeling van de extra uren gezinszorg over de erkende diensten voor gezinszorg gebeurt volgens de criteria opgenomen in het:
Voor de werkingsjaren 2022, 2023 en 2024 zijn er afwijkende criteria opgenomen in het:
Daarnaast zijn er voor de werkingsjaren 2024, 2025 en 2026 nog overgangsbepalingen opgenomen in het:
Verdeling extra uren gezinszorg over de regionale steden
De extra uren gezinszorg worden verdeeld over de regionale steden in verhouding tot de ruimte voor gezinszorg in die regionale steden. De effectief gepresteerde uren, met inbegrip van de uren gezinszorg in de centra voor dagopvang, van de erkende diensten worden afgezet tegenover programmacijfers van hetzelfde jaar (groeipad voor jaar X op basis van cijfers van jaar X-2).
Verdeling extra uren gezinszorg over de erkende diensten voor gezinszorg per regionale stad
Per regionale stad worden de extra uren verdeeld over de erkende diensten die een ontvankelijke aanvraag hebben gedaan voor extra uren gezinszorg in die regionale stad.
50% van de extra uren wordt gelijk verdeeld over de betrokken diensten en 50% van de extra uren wordt in verhouding tot de effectief gepresteerde uren van de betrokken diensten in die regionale stad verdeeld. De effectief gepresteerde uren gezinszorg bevatten ook de uren gezinszorg in de centra voor dagopvang.
Extra uren gezinszorg voor een bepaalde regionale stad die niet aan de betrokken diensten kunnen worden toegewezen omdat er meer uren beschikbaar zijn dan aangevraagd, worden gelijkmatig overgedragen naar de vijf regionale steden met de laagste invulling van de programmatie waar er nog aanvragen zijn die niet volledig gehonoreerd kunnen worden.
Hoe vraagt u extra uren gezinszorg aan?
Aan de hand van dit webformulier kunt u een aanvraag doen voor extra uren gezinszorg, per regionale stad, voor het volgende jaar (jaar X+1). U moet die aanvraag indienen vóór 1 oktober jaar X.
Criteria ontvankelijkheid aanvraag
Om in aanmerking te komen voor extra uren gezinszorg, wordt er rekening gehouden met de realisatie van het urencontingent gezinszorg van een dienst op niveau van een regionale stad. Een aanvraag van extra uren gezinszorg is alleen ontvankelijk als de dienst 85% van zijn urencontingent gezinszorg op niveau van een regionale stad gerealiseerd heeft in het derde of tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft. Dat percentage van 85% verhoogt naar 90% voor het urencontingent van 2026 en 95% vanaf het urencontingent van 2027.
Daarnaast moet de erkende dienst aan alle geldende erkennings- en kwaliteitscriteria voldoen en minstens 1539 uren presteren in de regionale stad waarvoor de dienst extra uren gezinszorg vraagt.
Een nieuw initiatief ontvangt geen extra uren gezinszorg in het jaar volgend op het jaar van zijn erkenning.
Reconversie tussen aanvullende thuiszorg en gezinszorg
Samen met de aanvraag voor extra uren gezinszorg kunt u met het webformulier ook een aanvraag indienen om een deel van de toegewezen vte logistiek personeel om te zetten in uren gezinszorg.
Onderbenutting urencontingent gezinszorg
Het urencontingent gezinszorg van een erkende dienst voor gezinszorg wordt verlaagd, als de dienst in 2 opeenvolgende jaren minder dan 85% van zijn urencontingent gezinszorg op niveau van een regionale stad realiseert. Zijn urencontingent gezinszorg op niveau van regionale stad wordt verminderd tot de hoogste procentuele realisatie in die 2 jaren, verhoogd met 3%.
Voor de werkjaren 2024, 2025 en 2026 kunnen de diensten voor gezinszorg een gemotiveerde afwijking aanvragen bij onderbenutting van hun urencontingent gezinszorg om hun urencontingent op niveau van een regionale stad te behouden of zelf een verlaagd aantal uren gezinszorg voor te stellen.
De gemotiveerde aanvraag moet al de volgende elementen bevatten:
- een beknopte omschrijving van de reden van het niet realiseren van de toegewezen uren gezinszorg in het derde en tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het betrokken werkingsjaar;
- een voorstel van uren gezinszorg op het niveau van een regionale stad die de dienst in de toekomst wenst te realiseren. Het voorstel kan nooit hoger zijn dan het aantal uren dat aan de dienst voor die regionale stad werd toegewezen in het kalenderjaar dat voorafgaat aan het werkingsjaar waarop het voorstel betrekking heeft;
- een inspanningsverbintenis om het voorgestelde urencontingent gezinszorg te realiseren en een puntsgewijze opsomming van de mogelijkheden die de dienst daarvoor ziet.
De gemotiveerde aanvraag kan u aan de administratie bezorgen via onderstaande contactgegevens, en dit vóór 1 november 2024 voor het werkjaar 2025, en vóór 1 november 2025 voor het werkjaar 2026.
Als de minister de gemotiveerde aanvraag goedkeurt (via de toewijzing van de jaarlijkse urencontingenten), dan behoudt de dienst het urencontingent gezinszorg, dat aan hem toegewezen is op het niveau van een regionale stad in het jaar van de aanvraag alsook in het jaar na de aanvraag.
Een dienst die door de onderbenutting van zijn urencontingent in een bepaald jaar uren gezinszorg verliest, zal in het daaropvolgende jaar niet getoetst worden op een onderbenutting. De dienst behoudt minimaal 15.390 uren op niveau van de dienst en 1539 uren op niveau van de regionale stad.
Toepasselijke regelgeving
Zorgregiodecreet
Zorgregiodecreet van 23 mei 2003
Ministeriële besluiten
Het Ministerieel Besluit van 3 september 2024 over het urencontingent 2024
Het Ministerieel Besluit van 4 februari 2021 over de voorwaarden toekenning urencontingent
Het Ministerieel Besluit van 24 september 2021 met afwijkende criteria toekenning urencontingent
Het Ministerieel Besluit van 22 december 2023 met overgangsbepalingen toekenning urencontingent
Besluit Vlaamse Regering
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024 over het urencontingent 2024
- Sector(en)
- Thuiszorg