Zorgaanbod

Aanvullende financiering

Op deze pagina vindt u informatie over de aanvullende financiering voor bovennormzorgpersoneel en ondersteunend personeel in woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en centra voor dagverzorging. Deze financiering is onderdeel van een waarborgregeling ten gevolge van de hervorming van het derde luik.

Als gevolg van de hervorming van het derde luik, dat de financiering regelde op basis van de sociale akkoorden van 2000 (loonharmonisering) en 2011/2013 (jobcreatie: mobiele teams en extra personeel voor bewoners met dementie), is een waarborgregeling ingevoerd voor voorzieningen die door deze hervorming nadeel ondervonden. Deze waarborgregeling omvat de aanvullende financiering voor bovennormzorgpersoneel en ondersteunend personeel.Een voorziening komt in aanmerking voor de aanvullende financiering indien ze voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 663/1 en 663/4 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming.  

Indien u in voorgaande rechtenjaren recht had op aanvullende financiering, komt u mogelijk ook in aanmerking voor volgende jaren. U kunt dit nagaan door de verstuurde brieven in het e-loket te raadplegen.  Indien u geen brief heeft ontvangen heeft u geen recht op aanvullende financiering. 

Bovennormzorgpersoneel

Het bovennormpersoneel, dat tewerkgesteld was binnen de referentieperiode van het rechtenjaar wordt jaarlijks vergeleken met het VTE in de referentieperiode 1 juli 2016 – 30 juni 2017, op basis waarvan de waarborg berekend is.

Indien er een stijging is van het aantal VTE blijft de waarborg behouden, indien er een daling is van het aantal VTE (bv. door het opnemen van personeel in de financieringsnorm) wordt de waarborg afgebouwd. De aanvullende financiering kan nooit stijgen.

Bij een uitbreiding van het aantal woongelegenheden binnen een voorziening wordt het aantal VTE dan lineair herrekend naar het aantal woongelegenheden van de referentieperiode 1 juli 2016 – 30 juni 2017.

De waarborgregeling voor het bovennormzorgpersoneel kent in de regelgeving geen einddatum. 

Ondersteunend personeel

Het ondersteunend personeel, dat tewerkgesteld was binnen de referentieperiode van het rechtenjaar wordt jaarlijks vergeleken met het VTE in de referentieperiode 1 juli 2016 – 30 juni 2017, op basis waarvan de waarborg berekend is.

Indien er een stijging is van het aantal VTE blijft de waarborg behouden, indien er een daling is van het aantal VTE wordt de waarborg afgebouwd. De aanvullende financiering kan nooit stijgen.

Bij uitbreiding van het aantal woongelegenheden binnen een voorziening wordt het aantal VTE dan lineair herrekend naar het aantal woongelegenheden van de referentieperiode 1 juli 2016 – 30 juni 2017.

De waarborgregeling voor het ondersteunend personeel dient na uiterlijk 10 jaar afgebouwd te worden.

De afbouw wordt als volgt voorzien:

  • 1° voor het jaar 2019: het maximale bedrag van de aanvullende financiering wordt geplafonneerd tot 19,61 euro maal het aantal gefactureerde dagen in de referentieperiode van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017;
  • 2° voor het jaar 2020: het maximale bedrag van de aanvullende financiering wordt geplafonneerd tot 16,67 euro maal het aantal gefactureerde dagen in de referentieperiode van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017;
  • 3° voor het jaar 2021: het maximale bedrag van de aanvullende financiering wordt geplafonneerd tot 13,73 euro maal het aantal gefactureerde dagen in de referentieperiode van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017;
  • 4° voor het jaar 2022: het maximale bedrag van de aanvullende financiering wordt geplafonneerd tot 10,78 euro maal het aantal gefactureerde dagen in de referentieperiode van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017;
  • 5° voor het jaar 2023: het maximale bedrag wordt geplafonneerd tot 7,84 euro maal het aantal gefactureerde dagen in de referentieperiode van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017;
  • 6° voor het jaar 2024: het maximale bedrag van de aanvullende financiering wordt geplafonneerd tot 7,84 euro maal het aantal gefactureerde dagen in de referentieperiode van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017;
  • 7° voor het jaar 2025: het maximale bedrag van de aanvullende financiering wordt geplafonneerd tot 7,84 euro maal het aantal gefactureerde dagen in de referentieperiode van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017;
  • 8° vanaf 2026 wordt het bedrag van de aanvullende financiering mee opgenomen bij de integratie van de IFIC-financiering in de basistegemoetkoming voor zorg. 

Fusies, splitsingen en sluitingen

Fusies

In geval van een fusie tussen twee voorzieningen met beide recht op aanvullende financiering wordt het recht opgeteld  

In geval van een fusie tussen een voorziening met recht en zonder recht op aanvullende financiering wordt de capaciteit verrekend.

Splitsingen

Het rechtenbedrag van de aanvullende financiering en het VTE bovennormzorgpersoneel en/of ondersteunend personeel wordt uit elkaar getrokken.

Sluitingen

Indien een voorziening sluit, zonder dat er sprake is van een overname stopt de aanvullende financiering.

Bijvoorbeeld: als een voorziening sluit op 20 mei 2024, wordt dit meegenomen in de berekening van de aanvullende financiering voor rechtenjaar 2024. Vanaf rechtenjaar 2025 vervalt het recht op aanvullende financiering. 

Personeelsgegevens indienen

De voorziening moet de webtoepassing ‘eCalcura’ gebruiken om de personeelsgegevens in te dienen. Gezien in eCalcura al het personeel wordt opgevraagd, zowel het zorgpersoneel als het ondersteunend personeel, zal het VTE achterliggend op basis van de reguliere opvraging van personeelsgegevens (voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg en de financiering van de maatregel arbeidsprestaties en eindeloopbaan) berekend worden. De referentieperiode voor de berekening van de aanvullende financiering ligt immers gelijk met de referentieperiode voor de berekening van de BTZ en eindeloopbaan: 1/7/20XX-30/6/20XX.

Stuur uw personeelsgegevens via het e-loket van het Departement Zorg (e-loket opstarten).  

De gegevens moeten worden bevestigd conform de indieningstermijnen van de gegevens voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg en de financiering van de maatregel arbeidsprestaties en eindeloopbaan. 

Betalingen

In het rechtenjaar zelf ontvangen de voorzieningen uiterlijk in juli een voorschot (=80%) van het berekende rechtenbedrag.

In het jaar nadien (= rechtenjaar +1) ontvangen de voorzieningen uiterlijk in juli het saldo (=20%) van het berekende rechtenbedrag. 

Contact

Departement Zorg
Afdeling Woonzorg
financieringouderenzorg@vlaanderen.be
02 553 35 09    

Sector(en)
Woonzorg