Beleid

De normen voor de begeleider wonen en leven (animatie) in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf type 1

Personeelsnorm

De personeelsnorm bepaalt het aantal benodigde begeleiders wonen en leven (voorheen "animatoren") in woonzorgcentra. Voor de eerste 120 erkende woongelegenheden geldt een norm van één halftijdse functie per 30 woongelegenheden. Boven de 120 woongelegenheden wordt dit aangepast naar 0,25 voltijds equivalent per 30 extra woongelegenheden.

Het totaal aantal woongelegenheden van het woonzorgcentrum wordt hierbij opgeteld met de verblijfseenheden van het centrum voor kortverblijf type 1.

Kwalificatievereisten

Voor de animatoren zijn er kwalificatievereisten vastgelegd. Zij dienen te beschikken over een bepaald diploma of gelijkgesteld te zijn hieraan.

Diploma's

Voor de tewerkstelling als animator/begeleider wonen en leven zijn één van de volgende diploma's vereist:

  1. een diploma secundair onderwijs, uitgereikt in het algemeen secundair onderwijs, het kunstsecundair onderwijs of het technisch secundair onderwijs, of gelijkwaardig;
  2. een diploma van secundair onderwijs, uitgereikt in het 7de specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs, hetzij in de studierichting "kinderzorg" hetzij in de studierichting "thuis- en bejaardenzorg", of gelijkwaardig;
  3. een certificaat (modulaire opleiding) of een getuigschrift (lineaire opleiding) van de opleiding "begeleider-animator voor bejaarden" behaald in het studiegebied 'personenzorg' in het kader van het volwassenenonderwijs;
  4. voor medewerkers die vóór 1 januari 2004 tewerkgesteld waren in een woonzorgcentrum in de functie van deskundige in animatie en activatie, een bekwaamheidsattest van het door de minister erkend specifieke modulair vormingspakket van 96 uren.

Vanaf 31 of 91 woongelegenheden

Vanaf 31 woongelegenheden moet minstens een halftijdse betrekking ingevuld worden door één of meer personeelsleden die beschikken over minstens één van de volgende diploma’s:

  1. Een diploma uitgereikt door een instelling voor hoger onderwijs in een afdeling van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of met beperkt leerplan;
  2. Een diploma van een basisopleiding van één cyclus uitgereikt door een hogeschool;
  3. Of vanaf het academiejaar 2004-2005 de graad van bachelor.

Vanaf 91 woongelegenheden moet er minstens één voltijdse betrekking worden ingevuld door één of meer personeelsleden die beschikken over één van die diploma's.

Gelijkstelling

Een medewerker kan gelijkgesteld worden aan de vereiste diploma’s als hij of zij aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • Was vóór 1 januari 2004 in dienst bij een woonzorgcentrum als deskundige in animatie en activatie, in lijn met norm 4.1.4. van bijlage B bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 1985, waarin normen zijn vastgesteld waaraan een serviceflatgebouw of een woningcomplex met dienstverlening moet voldoen voor erkenning;
  • Beschikte op die datum over minimaal een diploma secundair onderwijs, behaald in het algemeen secundair onderwijs, het kunstsecundair onderwijs, het technisch secundair onderwijs, of gelijkwaardig. Ook een diploma behaald in het 7de specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs in de studierichting "kinderzorg" of "thuis- en bejaardenzorg," of een gelijkwaardig diploma, komt hiervoor in aanmerking;
  • Beschikte uiterlijk op 1 juli 2008 over een certificaat (modulaire opleiding) of een getuigschrift (lineaire opleiding) van de opleiding "begeleider-animator voor bejaarden" in het studiegebied 'personenzorg' binnen het volwassenenonderwijs.

Meer informatie

Ministerieel besluit van 9 december 2009 tot bepaling van de kwalificaties van de personen die in aanmerking komen voor de tewerkstelling als animator.

Dit besluit vervat de kwalificaties die een medewerker moet hebben om de animatie (huidige terminologie: begeleider wonen en leven) te verzorgen in een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf type 1.

Sector(en)
Residentiële ouderenzorg
Woonzorg